Adoptie en volle adoptie 

De bepalingen betreffende adoptie en volle adoptie liggen vervat in de artikelen 343 tot 370 van het Burgerlijk Wetboek. Men onderscheidt twee vormen van adoptie : de gewone en de volle adoptie.

Ze gebeurt in 3 fasen :

1/ een akte van wederzijdse wil der partijen opgesteld door de vrederechter of een notaris.

2/ deze akte moet ter homologatie voorgelegd worden aan de rechtbank van eerste aanleg (of de jeugdrechtbank).

3/ overschrijving van het beschikkend gedeelte van het vonnis of arrest dat de adoptie homologeert of uitspreekt in de registers van de burgerlijke stand.

De volle adoptie verleent aan het kind en zijn afstammelingen hetzelfde statuut en dezelfde rechten en verplichtingen als zij zouden hebben indien het kind geboren was uit degenen die het ten volle geadopteerd hebben.

De kinderen die ten volle geadopteerd zijn, houden op tot hun oorspronkelijke familie te behoren.

Zij is onherroepelijk.