Aangifte van een overlijden 

Het overlijden moet aangegeven worden op de burgerlijke stand van de gemeente waar de persoon overleden is binnen de twee werkdagen na het overlijden.

De aangifte moet gebeuren door een verwant van de overledene of door een derde persoon die alle inlichtingen kan meedelen die vereist zijn voor het opmaken van de overlijdensakte.  In de praktijk gebeurt de aangifte dikwijls door de begrafenisondernemer.

De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt een overlijdensakte op. Dit document is het officiële bewijs van overlijden.

Welke documenten moeten er worden voorgelegd ?

  • het attest van overlijden opgemaakt door de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld.
  • de identiteitskaart van de overledene.
  • het rijbewijs van de overledene.
  • Parkeerkaart voor mensen met een handicap.
  • het huwelijksboekje; voor ongehuwde overledenen het huwelijksboekje van de ouders.
  • voor niet-inwoners : een attest van laatste wilsbeschikking afgeleverd door het gemeentebestuur van de woonplaats.
  • indien de begraving op het grondgebied van een andere gemeente dan die van de aangifte plaatsvindt, een attest "toelating tot begraven" van die gemeente.
  • indien het een gewelddadig overlijden betreft, een attest "vrijgave van het lijk" afgeleverd door het parket.

Ingeval van crematie horen er nog bij :

  • een crematieaanvraag door de persoon die bevoegd is voor de lijkbezorging en een medisch attest over een eventuele pacemaker en gewelddadige dood.
  • de identiteitskaart van de aanvrager
  • een attest betreffende de laatste wilsbeschikking, afgeleverd door de gemeente van woonplaats van de overledene.